Weg vrij voor waterstofauto op de Duitse autobahn

“De introductie van waterstofauto’s is een kip-en-ei-verhaal waarbij je een haan nodig hebt”, zei onderzoeker Leendert Verhoef vorig jaar in Trouw. Gisteren werd duidelijk dat Shell vierhonderd waterstofstations gaat bouwen in Duitsland. Is dit de zo gewenste haan voor de ‘rijdende elektriciteitscentrales’?

Olieconcern Shell en waterstof. Het is niet de vreemde combinatie die het op het eerste gezicht lijkt. Twee jaar geleden zei Dick Benschop, president-directeur van Shell Nederland, al dat in waterstof de toekomst zat. Die uitspraak volgde op een tijd waarin de plannen voor waterstofauto’s en stations in de ijskast werden gezet, omdat de tijd ‘er toen nog niet naar was’. Desondanks investeerde olieconcern Shell in die tijd al honderd miljoen euro in onderzoek naar de nieuwe brandstof.

Met de bouw van de pompstations wil Shell de waterstofindustrie nieuw leven inblazen. De elektrische auto rukt op, dus waar blijft de andere technologie om een schone auto te maken? “Dit kan een sleutelrol spelen in een toekomst zonder uitstoot”, zegt het Nederlandse bedrijf in een persbericht. “De volgende stap moeten gebruikers nemen. Zij moeten de kansen omarmen en de mogelijkheid een waterstofauto te kopen overwegen.”

De vierhonderd stations door Duitsland -waar elektrisch rijden inmidddels hip is- vormen straks een netwerk waarbij het hele land wordt gedekt. Nu staan er nog drie tankstations (een in Berlijn en twee in Hamburg), maar over acht jaar moeten alle vierhonderd pompstations zijn gebouwd.

Eenvoudig
Hoe eenvoudig rijden op waterstof is, schreef Trouw-redacteur Quirijn Visser in december. “De waterstof-elektrische auto heeft grote voordelen vergeleken met een stekkerauto. Tanken doe je snel en simpel, zoals bij een LPG-auto. Bovendien is het rijbereik op een volle tank vergelijkbaar met benzineauto’s. Je rijdt elektrisch aangedreven, maar zonder steeds opnieuw eindeloos opladen aan winderige buitenwegen. Een waterstofauto maakt uit water- en zuurstof zelf elektriciteit, warmte en water in een brandstofcel. Uit de uitlaat komt schone waterdamp. (…) Een waterstofauto is een rijdende elektriciteitscentrale.”

Hoewel Duitsland in samenwerking met het bedrijfsleven de waterstofauto promoot, is het moeilijk om veel investeerders te vinden. De stations zullen de komende jaren nog onrendabel zijn, is de verwachting. Dat een groot bedrijf als Shell nu inspringt, biedt mogelijk een nieuwe impuls aan de waterstofindustrie. “De waterstofindustrie heeft een haan nodig, een pionier. Die zorgt voor de bevruchting”, zei Leendert Verhoef in Trouw. Shell lijkt die rol nu op zich te nemen, met grote automerken als Toyota en BMW als klankbord in een adviesgroep.

Toyota Mirai
Maar een waterstofstation rendeert helemaal niet als er geen waterstofwagenpark is. Daarom is de uitrol van de Japanse Toyota Mirai in Europa wellicht de voorbode van een snelweg voor waterstofauto’s. Twee dagen geleden werden de specificaties van het vernieuwde Europese model bekendgemaakt. De verwachting is dat begin 2016 de auto in Groot-Brittannië, België, Denemarken en Duitsland beschikbaar is.

De Mirai was de eerste waterstofauto die voor het publiek te koop is. Voor de Japanse fabrikant is de auto een uithangbord. Toyota noemt zijn nieuwe waterstofelektrische gezinsauto een keerpunt in de auto-industrie. Het Duitse Center of Automotive Management (CAM) bombardeerde de brandstofcelauto zelfs tot de innovatie van het decennium.

Waken voor te veel optimisme
Niet dat de waterstofauto meteen een impact gaat hebben op de Europese markt. De verwachting is dat er volgend jaar zo’n honderdvijftig Mirai’s worden verkocht. Niet heel veel, dus. Dat erkent ook Toyota zelf. Het bedrijf denkt dat waterstofenergie pas over vijftien jaar echt van invloed gaat zijn op de snelwegen.

Daar komt nog bij dat gevestigde autofabrikanten niet zo heel happig zijn op nieuwe auto’s. Ook de elektrische auto, die in de pikorde nog hoger staat dan de waterstofauto, breekt nog niet helemaal door. Innovatiewetenschapper Joeri Wesseling zei daarover in februari in Trouw:  “Volkswagen is klaar om ‘elektrisch te gaan’. Alleen de prikkel ontbreekt. Waarom zou Volkswagen kannibaliseren op de eigen producten waarmee ze geld verdient? Gevestigde bedrijven hebben er belang bij oude technologie te behouden.”

Elektrische- en waterstofauto’s botsen bovendien tegen een ander probleem op: er zijn niet genoeg oplaadpunten. Zeker voor de waterstofautogebruiker is dat een groot probleem. In Nederland zijn twintig stations nodig voor een dekkend netwerk. Er zijn er op dit moment twee.

Bovendien heerst momenteel nog de lobby voor de elektrische auto op het slagveld van de uitstootvrije auto’s. Desondanks hoopt de waterstofsector op een inhaalslag: het wagenpark van de toekomst komt er namelijk wel al aan, schreef Quirijn Visser al in december. “Veel fabrikanten lanceren de komende tijd waterstofmodellen. In Nederland is Hyundai nu alleenheerser met de ix35 Fuel Cell Electric Vehicle (FCEV). In september leverde importeur Greenib de eerste aan Rijkswaterstaat. Het Rijk werd de eerste klant, een positief gebaar van staatssecretaris Wilma Mansveld (PvdA, infrastructuur, milieu). Greenib denkt dit jaar nog eens zeven FCEV’s te leveren.”

Bron: Trouw – Kick Hommes − 14/10/15